Nieuwsbericht

Overdimensionering bij warmtepompen: het echte probleem zit niet in de techniek – maar in de toepassing

03/08/2026

Een recent artikel op het platform Warmte365 over overdimensionering van warmtepompen laat opnieuw zien hoe complex de praktijk is. In het artikel wordt uitgelegd dat meer dan de helft van de warmtepompinstallaties overgedimensioneerd lijken te zijn. Dit leidt tot een lagere seizoensprestatie (SCOP). De SCOP‑dalingen die worden gemeten bij, met name, grotere warmtepompen zijn reëel, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal. De kern is dat warmtepompen niet alleen worden geselecteerd op basis van de warmtevraag van de woning, er moet ook rekening worden gehouden met voldoende warm tapwater. Daardoor lijkt een installatie “te groot”, terwijl de dimensionering vanuit tapwaterperspectief logisch is.

Maar er is een bredere, structurele uitdaging: de manier waarop warmte wordt opgeslagen en gedistribueerd.

Warm water: doorstromer vs. warmtepompboiler

Wie all‑electric verwarmt, moet ook warm water all‑electric oplossen. Daarbij bestaan twee fundamenteel verschillende strategieën:

  • Elektrische doorstromer
    • Zeer compact, geen stilstandsverliezen
    • Geen onderhoud
    • Vraagt tijdelijk hoge vermogens tijdens gebruik
    • In de praktijk vaak <10 minuten per dag actief
  • Warmtepompboiler
    • Houdt 150–250 liter water continu op temperatuur.
    • Werkt efficiënt, maar heeft structurele stilstandsverliezen
    • Deze verliezen kunnen oplopen tot ~50% van het totale warmwaterverbruik bij lage gebruiksfrequentie
    • Niet door inefficiëntie van de warmtepomp, maar door het concept van opslag in een matig geïsoleerd vat

Hier ontstaat een paradox: een warmtepompboiler heeft een hoge COP, maar het systeemrendement daalt door stilstandsverliezen. Dat is precies waarom COP‑waarden uit laboratoria vaak weinig zeggen over het jaarverbruik van een huishouden.

Warmtepompen in bestaande woningen: hoge delta‑T = lage SCOP

In bestaande woningen met radiatoren en hogere aanvoertemperaturen moet een warmtepomp continu draaien om het warmteverlies van het object te compenseren en de ruimtetemperatuur bij te houden. Moduleren klinkt mooi, maar is technisch ongunstig voor de compressorlevensduur én leidt tot lagere efficiëntie. Overdimensionering wordt dan niet alleen een technisch, maar dus ook een beleidsmatig probleem — zoals het artikel terecht benoemt.

Waar Karbonik het verschil kan maken

Karbonik werkt fundamenteel anders. Onze koolstofgebaseerde elektrische verwarming:

  • geeft warmte lokaal en direct af, zonder transmissieverliezen op de plekken waar je het nodig hebt, decentraal dus i.p.v. centraal.
  • warmt geen cementdekvloeren op, maar de ruimte zelf, geen stilstands- of transportverliezen binnen het huis.
  • kan oneindig vaak schakelen zonder prestatieverlies en is volledig onderhoudsvrij
  • werkt met lage vermogens, maar hoge comfortresponsiviteit, reageert dus snel op het gebruikersprofiel van bewoners dit levert dus een echte besparing op energie.

Het resultaat: een systeem dat niet continu hoeft te draaien, geen stilstandsverliezen kent en zich exact aanpast aan de aanwezigheid en het gedrag van bewoners. Daardoor zien we dat het jaarlijks kWh‑verbruik vergelijkbaar is met veel warmtepompsystemen — ondanks dat warmtepompen theoretisch veel hogere COP‑waarden hebben.

De echte metric: jaarverbruik in kWh

Aan het eind van het jaar telt voor de klant maar één ding: het totale elektriciteitsverbruik. Niet de COP, niet het vermogen, niet de theoretische prestatie. De praktijk laat zien dat een slim, lokaal en vraaggestuurd verwarmingssysteem vaak efficiënter is dan een centraal systeem dat continu warmte moet bufferen of distribueren.

Conclusie

Overdimensionering is niet het probleem — het systeemontwerp is dat wel. Warmtepompen zijn uitstekende technologie, maar niet altijd de beste match voor elke woning of elk gebruiksprofiel. Lokale elektrische verwarming zoals Karbonik laat zien dat er alternatieven bestaan die:

  • minder stilstandsverliezen hebben
  • beter aansluiten op gebruikersgedrag
  • lage vermogens nodig hebben
  • en daardoor een verrassend laag jaarverbruik kunnen realiseren

De energietransitie vraagt om systeemdenken, niet om apparaatdenken. En precies daar ligt de grootste winst.

Switch The Language